zoeken
‹ vorig bericht   bericht 184 van 212   volgend bericht ›

1 september 2016

Speech Huub van Blijswijk bij Kick-off BOOR

Op donderdag 1 september hebben we de start van het schooljaar gevierd tijdens de jaarlijkse kick-off, die dit keer plaatsvond in de Kunsthal in Rotterdam. De bijeenkomst werd geopend door voorzitter van het college van bestuur Huub van Blijswijk. Ook wethouder Hugo de Jonge en spreker, adviseur en coach Luk Dewulf spraken inspirerend en motiverend.

Wethouder Hugo de Jonge sprak positieve woorden uit en gaf iedere medewerker van BOOR zijn complimenten. Volgens hem is BOOR de juiste weg ingeslagen. Hij benadrukte hoe belangrijk de rol van de leraar is. "Als ouders denken aan BOOR dan denken ze niet aan de strategische koers of de bedrijfsvoering, maar aan de docent."

"Talent gaat over elke activiteit in uw leven die voor u compleet moeiteloos gaat", zo startte Luk Dewulf zijn toespraak. Hij gaf een inspirerende vijfenveertig minuten weg waarbij hij iedere aanwezige boeide, inspireerde en liet lachen. Zijn speech moedigde alle aanwezigen aan om de eigen talenten en die van collega's en leerlingen te ontdekken, te benoemen en verder te ontwikkelen.

Huub van Blijswijk zijn toespraak was gericht aan ons allemaal. Lees hieronder de hele tekst en ontdek waar dit schooljaar bij BOOR de aandachtspunten liggen!


Er is de afgelopen jaren veel bereikt. We hebben dat eerder naar elkaar uitgesproken; er is reden voor trots. ‘BOOR is Back in Town’. En vooral de kinderen in onze stad zijn jullie dankbaar voor de forse kwaliteitsverbeteringen in het BaO, VO, en SO.
 
We weten dat de leraar het verschil maakt, maar ook dat we een achterstand hebben in te halen.
Sommige spraken van een verwaarloosde organisatie als het gaat om aandacht voor ons HRM beleid.
En speciaal als het gaat om Management Development. Leerlingen hebben recht op de beste leraren. Ook de kwaliteit van leidinggevenden en besturen kan altijd beter. Dit schooljaar investeren we in onze ontwikkeling, in de ontwikkeling van de LeerKracht van de leerling. Dat pakken we op als speerpunt, ook door extra te investeren in de ontwikkeling van alle leidinggevenden binnen BOOR.
 
De komende weken en maanden ontwikkelen we de plannen met jullie die we dit jaar zullen uitvoeren.
En ons motto zal zijn: Iedereen bij BOOR is ook een leerling.
 
Beter worden in ons vak is dus een speerpunt en dat is belangrijk, immers:
Jullie, of beter nog, wij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het openbaar onderwijs in Rotterdam.
 
Eerder heb ik met jullie gesproken over wat dat inhoud, de O van Openbaar in de naam van BOOR.
We hebben veel gedacht, gesproken en geschreven over onze identiteit, over de wezenskenmerken van ons openbaar onderwijs. Ik hoop met mijn woorden van vandaag daar weer een steentje aan bij te dragen.
 
We staan hier in een prachtig gebouw, de Kunsthal van Rotterdam. Een architectonisch hoogstandje, waar je cultuur kunt snuiven en kunst kunt bewonderen in de breedste zin van het woord: oude kunst, nieuwe kunst, design, fotografie. Van elitair tot populair, voor elk wat wils. Of toch niet?
Als ik op een plek als deze ben vraag ik me af : kijken onze leerlingen hier naar en hoe dan? Zijn plekken als deze, en alle andere prachtige voorzieningen die we hebben in Rotterdam, ook werkelijk van hen? Voelen zij zich hier thuis? Of geldt dat alleen voor ons?
 
Vorige week donderdag mocht ik spreken bij de opening van het onderwijsjaar 2016/2017. Een onderwijsjaar met een bijzonder tintje, want Rotterdam is dit schooljaar ‘onderwijsstad van Nederland’.
Het motto is “Bouwen aan de toekomst”. Dat past prachtig bij de dynamische en vooruitstrevende stad die Rotterdam is. Een plek waar kinderen kunnen groeien en bloeien. Kunnen bouwen aan de toekomst, de éigen toekomst samen met anderen, een toekomst die voor velen van hen in deze stad zal liggen.
 
Het is onze opdracht om kinderen en jongeren liefde voor de stad bij te brengen, en omgekeerd, om hen te laten ervaren dat de stad van hen houdt. En dat lukt, als zij weten dat zij erbij horen, dat de mooie voorzieningen in de stad er niet alleen zijn voor de ‘upper ten’, maar ook voor hen. Zo voeden wij hun wens om ook een bijdrage te willen leveren aan de stad. Want wie zich realiseert dat het bushokje waarin je staat te schuilen ook jouw bushokje is of dat van je moeder, die trapt daar niet de ruiten uit.
 
Dát is de O van openbaar: De school is een leefgemeenschap op zich zelf, een kleine kopie van de samenleving. Daar leven en leren we met en van elkaar. En samen ontwikkelen we ideeën over hoe de samenleving er uit zou moeten zien. Leraren, schooldirecteuren en bestuurders: allen hebben wij een rol in het voeren van het gesprek daarover met leerlingen en ouders. Over gedeelde waarden, over kernwaarden en wat deze betekenen voor ons gedrag. In een veilige omgeving, waarin ieder zijn mening durft te geven en niemand zijn mening opdringt aan een ander.
 
In onderwijs en opvoeding hebben wij volwassenen de taak om kinderen te laten zien, horen, ervaren en voelen wat er valt te zien, te horen, te ervaren en te voelen. Leraren en ouders ontvouwen zo de wereld waarin het kind leeft. Voor het ene kind heeft een leraar meer te onthullen dan voor het andere. Laten we ons daar steeds bewust van zijn. Op deze manier geven we invulling aan onze taak om élk kind te laten zien dat zijn persoonlijke inspanning ertoe doet en dat het een belangrijk deel van zijn toekomst in eigen handen kan nemen. Met onze steun, afgestemd op dát kind, is het voor elk kind mogelijk om succes te ervaren, nu, straks en in de verre toekomst, waar het dit vermogen zal overdragen op de volgende generatie.

Deze taak ligt er voor leraar én ouder. Samen hebben we immers de opdracht om de kinderen op een goede manier groot te krijgen. Onze pedagogische opdracht is dat we de leerling vertrouwen in zichzelf en in de toekomst meegeven.

Daar waar ouders minder mogelijkheden hebben om deze taak uit te voeren, moeten wij er een schepje bovenop doen. We wéten dat, maar we handelen er niet altijd naar.
Als we als school met ouders in gesprek gaan, beperkt zich dat vaak tot informatieavonden en rapportgesprekken. Terwijl we met z’n allen weten dat ouders geïnteresseerd zijn in de brede ontwikkeling van hun kind.
Ook weten we, dat wij beter onderwijs kunnen leveren als we meer weten van de thuissituatie van het kind en die van de ouders. Door ouders te steunen, helpen we het kind verder.
 
En op dit gebied valt bij BOOR nog winst te behalen. We doen veel aan toetsen en testen, delen de resultaten van het kind mee aan de ouders. Maar waarom zouden we niet net zo uitgebreid met elkaar praten over de talenten die een leerling nog meer heeft? Dat hij alle vlaggen van de wereld kent, goed spinnen kan tekenen, het hoogst kan klimmen in de touwen bij gym of mede leerlingen als geen ander kan helpen bij het uitleggen van ingewikkelde wiskundige vraagstukken? Dat wil je als ouder allemaal horen!
 
Een mooi voorbeeld hiervan zien we op De Hef. De school heeft het traditionele tienminutengesprek afgeschaft. In plaats daarvan wordt er een startgesprek gevoerd aan het begin van het schooljaar met ouder, leerling en mentor. De leerling is hierin de hoofdrolspeler en geeft aan welke doelen hij of zij dat jaar wil behalen. De ouders geven aan hoe zij hierbij kunnen helpen, en de mentor vertelt wat ouders en leerling van hem of haar kunnen verwachten. Voorheen kwamen er nauwelijks ouders op de tienminutengesprekken af, vertelde directeur Selma Klinkhamer. En nu komen ze wél, omdat elke ouder wil bijdragen aan een succesvol leerproces.
Het jaar beginnen of eindigen met een ‘drierichtingsgesprek’ van een uur tussen ouders, leraar en kind, daar wordt iedereen blij van.
 
In de dialoog met ouders én kinderen kun je ontdekken wat goed is voor het kind. Maar – zo hoor ik protesteren – er zijn ook ouders die hun kind verwaarlozen, die geen idee hebben wat goed voor hem of haar is. En hoe triest het ook is, die ouders zijn er.
 
Maar dat is wat mij betreft alleen maar méér reden om het contact te leggen en de verbinding te zoeken, en te helpen bij deze gezamenlijke zoektocht naar het optimale, juist als de thuissituatie schaarste kent. Dat getuigt ook van partnerschap en solidariteit met je leerlingen, als je aanvult dáár waar kinderen thuis te weinig krijgen.
 
De afgelopen jaren zie je dat er weer meer ruimte komt voor persoons- en identiteitsontwikkeling in het onderwijs. De focus op data neemt af; het besef wordt weer sterker dat de kwaliteit van het onderwijs niet alleen is af te lezen aan zaken die meetbaar zijn.
 
Ook in ons eigen koersdocument ‘leerlingen van nu, burgers van morgen’ staat dat centraal. Leerlingen zijn verbonden met hun gezin, wijk en stad. Wij voelen ons niet alleen verantwoordelijk voor de toename van kennis en vaardigheden, maar ook voor de manier waarop zij opgroeien, leren en volwassen worden.
 
Ouders kennen hoort daarbij. De stad kennen hoort daarbij, met alle culturele voorzieningen die zij biedt. Maar natuurlijk, eerst en vooral hoort het kind kennen daarbij. Alle leerlingen verschillen in interesses en persoonlijke omstandigheden. Het is onze opdracht om hen uit te dagen, te waarderen en een fijne schoolomgeving te bieden waar zij met plezier naartoe gaan. Waar zij zich, met de betrokkenheid van hun ouders, werkelijk thuis voelen.

Het is onze taak om ze te leren zien, horen, voelen en ervaren zodat de cultuur en kunst van deze plek daadwerkelijk van en voor elke Rotterdammer is.
 
Ik ga afronden.
 
Ik hoop oprecht dat ik met deze speech heb kunnen duiden waar het binnen ons openbaar onderwijs in de kern om gaat, waarom je elk kind een BOOR-school gunt.
 
Ik hoop dat jullie met mij oprecht meevoelen waarom ons openbaar onderwijs zo bijzonder is!
Dankzij de vele verbeterslagen die we gemaakt hebben, is er weer tijd om het over onderwijs te hebben. Dat hebben het afgelopen jaar gezien en dat blijft nu dus zo. Onderwijs verbetering, innovatie en investeren in onze medewerkers staat weer prominent op onze gezamenlijke agenda en dat gaan we waarmaken. Tenslotte geldt ook hier “niet lullen maar poetsen”!
 
Onderwijs, dat doen we samen, samen leren met elkaar. Ik wens jullie, of beter nog, ik wens ons allen een geweldig schooljaar!
 
Dank voor jullie aandacht,
Huub van Blijswijk

 

Napraten in het Kunsthalcafé.